Fisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈfɪʃə/

Zelfstandig naamwoord

Fisch m

  1. (vissen) vis
  2. Het vlees van de vis
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen