kreupel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kreu·pel
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | kreupel |
| verbogen | kreupele |
Bijvoeglijk naamwoord
kreupel
- dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen.
- Hij werd met die slag met het zwaard van zijn tegenstander niet gedood maar wel kreupel geslagen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen