zwemplas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

zwemplas
Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·plas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemplas zwemplassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwemplas m

  1. meer waarin mensen zwemmen
    • De organisatie vreest dat het aantal verdrinkingen in de loop van de zomer en het najaar nog verder toeneemt. Vorige week kwamen alleen al twee mensen om het leven bij het zwemmen. Dat gebeurde in de Gouwe bij Gouda en in een zwemplas in Deventer. Een vijftienjarige zwemmer uit Heiloo werd vorige week in kritieke toestand uit zee bij Egmond gered. [1] 
    • De zomerdagen zijn voor de meeste mensen een goed moment om even te relaxen. Belangrijk, aldus Tode-Gottenbos, want dat heeft je lichaam ook echt nodig. "Gelukkig woon ik aan een heerlijke zwemplas, dus als mijn hoofd begint te koken van de hitte, dan kan ik direct een frisse duik nemen om mijn gesmolten hersenen wat af te koelen." [2] 
    • Slechts heel af en toe moeten zwemplassen worden gesloten, bijvoorbeeld vanwege blauwalg, een bacterie die bij inslikken darmklachten kan geven. Het is de provincie die dat bepaalt. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.


Verwijzingen