zwemwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemwater zwemwaters
zwemwateren
verkleinwoord zwemwatertje zwemwatertjes

Zelfstandig naamwoord

zwemwater o

  1. een water dat geschikt is om in te zwemmen
    • De kwaliteit van het zwemwater is dit jaar licht gestegen ten opzichte van vorig jaar. 
Hyperoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.