zorgzaam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zorg·zaam
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zorg met het achtervoegsel -zaam.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zorgzaam zorgzamer zorgzaamst
verbogen zorgzame zorgzamere zorgzaamste
partitief zorgzaams zorgzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

zorgzaam

  1. met de nodige zorg
    "Het was een fijn werk en al deden zijne vingers het ook nog zoo zorgzaam, toch was het eene pijnlijke behandeling, die zij onderging. Maar zijne teederheid deed haar de pijn vergeten."[1]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
  1. Louis Couperus (1890), Eline Vere.