zoekraken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoek·ra·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zoekraken
raakte zoek
zoekgeraakt
zwak -t volledig

Werkwoord

zoekraken

  1. ergatief in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is
    • Je paspoort is toch niet zoekgeraakt? 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.