zijpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zijpen
zeep
gezepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

zijpen

  1. inergatief druipen, druppelen
    • De kraan heeft urenlang gezepen. 
  2. ergatief druppelend ergens terechtkomen
    • Kijk eens hoeveel er op de grond gezepen is. 
Schrijfwijzen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

zijpen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zijp
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord zijpe

Gangbaarheid