sijpelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sij·pe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onmerkbaar doorlekken’ voor het eerst aangetroffen in 1653 [1]
  • frequentatief gevormd uit zijpen of sijpen met het achtervoegsel -el
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sijpelen
sijpelde
gesijpeld
zwak -d volledig

Werkwoord

sijpelen

  1. ergatief een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft
    • Er is veel water door de muur gesijpeld. 
Schrijfwijzen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen