studie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·die
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bestudering van bepaald vak’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord studie studies
studieën
verkleinwoord studietje studietjes

Zelfstandig naamwoord

studie v

  1. tijd besteed om zich kennis of vaardigheid eigen te maken
    • Hij heeft zijn studie er bijna opzitten. 
  2. tijd besteed aan het uitzoeken van een bepaald onderwerp of probleem
    • Uit deze studie komt duidelijk naar voren dat er een probleem is in het onderwijs. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen