failliet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fail·liet
stellend
onverbogen failliet
verbogen failliete
partitief failliets
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bankroet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844 [1]

Bijvoeglijk naamwoord

failliet

  1. in staat van faillissement
    • Het failliete bedrijf kon zijn schulden niet meer aflossen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen