zelfingenomeners

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·in·ge·no·me·ners

Bijvoeglijk naamwoord

zelfingenomeners

  1. partitief van de vergrotende trap van zelfingenomen
    • Dat is iets zelfingenomeners...