zeehaven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·ha·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeehaven zeehavens
verkleinwoord zeehaventje zeehaventjes

Zelfstandig naamwoord

zeehaven v/m

  1. haven die in verbinding staat met de zee
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be