zeedijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·dijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeedijk zeedijken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeedijk m

  1. opgeworpen bescherming tegen de zee, langs de kust of langs de monding van een rivier
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie