zachtzinnig
Uiterlijk
- Geluid: zachtzinnig (hulp, bestand)
- IPA: / zɑxtˈsɪnəx / (3 lettergrepen)
- zacht·zin·nig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zachtzinnig | zachtzinniger | zachtzinnigst |
| verbogen | zachtzinnige | zachtzinnigere | zachtzinnigste |
| partitief | zachtzinnigs | zachtzinnigers | - |
zachtzinnig
- niet al te ruw, de dingen ontziend
- Hij is wel érg zachtzinnig, hoor.
- Het woord zachtzinnig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zachtzinnig" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %