mild

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mild
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zachtaardig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mild milder mildst
verbogen milde mildere mildste
partitief milds milders -

Bijvoeglijk naamwoord

mild

  1. zachtaardig, welwillend
    • Hij is een milde man. 
  2. gul.
    • Zij doet milde giften. 
  3. zacht.
    • Ik heb laatst nog milde shampoo gekocht. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
mild milder mildest

Bijvoeglijk naamwoord

mild

  1. zachtaardig
  2. mild