wulpsheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wulps·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wulpsheid wulpsheden
verkleinwoord wulpsheidje wulpsheidjes

Zelfstandig naamwoord

wulpsheid [1]

  1. het wulps zijn, de zinnelijkheid
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Paul Hellmann 28 december 1990
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be