kerkenraad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ker·ken·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkenraad kerkenraden
verkleinwoord kerkenraadje kerkenraadjes

Zelfstandig naamwoord

kerkenraad m [1]

  1. (religie) college van ouderlingen en diakenen, de predikant, en soms kerkvoogden dat het toezicht heeft over een protestantse kerkelijke gemeente
    • Een aantal gemeenteleden heeft aan de kerkenraad het verzoek gedaan, het besluit over de gebouwensluiting opnieuw te overwegen en te wijzigen.[2] 
  2. vergadering van bovengenoemden
Schrijfwijzen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen