kerkenraad
Uiterlijk
- Geluid: kerkenraad (hulp, bestand)
- ker·ken·raad
- samenstelling van kerk en raad met het invoegsel -en- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerkenraad | kerkenraden |
| verkleinwoord | kerkenraadje | kerkenraadjes |
de kerkenraad m
- (religie) college van ouderlingen en diakenen, de predikant, en soms kerkvoogden dat het toezicht heeft over een protestantse kerkelijke gemeente
- Een aantal gemeenteleden heeft aan de kerkenraad het verzoek gedaan, het besluit over de gebouwensluiting opnieuw te overwegen en te wijzigen.[2]
- vergadering van bovengenoemden
- Het woord kerkenraad staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kerkenraad" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ pg-alkmaar.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 81 %