workshop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • work·shop
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bijeenkomst ter bespreking’ voor het eerst aangetroffen in 1970 [1]
  • (Engels voor werkplaats)
enkelvoud meervoud
naamwoord workshop workshops
verkleinwoord workshopje workshopjes

Zelfstandig naamwoord

workshop m

  1. gelegenheid waarbij men gezamenlijk creatief bezig is
  2. werkgroep
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen