werkplaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkplaats werkplaatsen
verkleinwoord werkplaatsje werkplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

werkplaats v/m

  1. een plaats of gebouw ingericht voor het verrichten van bepaald werk
    • Zijn werkplaats was uitstekend ingericht voor het gieten van brons. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie