werkplaats
Uiterlijk
- Geluid: werkplaats (hulp, bestand)
- werk·plaats
- samenstelling van werk ww en plaats zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | werkplaats | werkplaatsen |
| verkleinwoord | werkplaatsje | werkplaatsjes |
- een plaats of gebouw ingericht voor het verrichten van bepaald werk
- Zijn werkplaats was uitstekend ingericht voor het gieten van brons.
- ▸ Ik heb haar gestolen uit de werkplaats van de miniatuurmaakster en heb haar al die jaren bij me gehouden.[1]
- ▸ 'Nou, behalve dat ik haar weleens in haar kont heb geknepen en haar daarna in een hoek van de werkplaats staand heb geneukt in ruil voor een promotie, kan ik niets bedenken.[2]
- de stad of dorp waar iemand het werk verricht
- [2] woonplaats
|
|
- werkplaatsapparatuur, werkplaatsassistent, werkplaatschef, werkplaatshandboek, werkplaatskaart, werkplaatsproductie
- Het woord werkplaats staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "werkplaats" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be