Naar inhoud springen

atelier

Uit WikiWoordenboek
  • ate·lier
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘werkplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1808 [1]
  • van het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord atelier ateliers
verkleinwoord ateliertje ateliertjes

hetateliero

  1. de werkruimte van een kunstenaar
    • Het atelier was volgepakt met schilderijen. 
     Toen ik het boek uit had, begon ik te vermoeden dat achter de zwart-witfoto die al twee decennia in mijn atelier hangt misschien wel een politiek statement schuilging.[3]
     Hierbij is een foto van het atelier geplaatst: Salomé Abergel, in een wijd, vuil overhemd, poseert naast een onvoltooid doek, haar zwartgeverfde haren een aureool van onheil.[4]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]