wissewasje
Uiterlijk
- Geluid: wissewasje (hulp, bestand)
- wis·se·was·je
- alleen verkleinwoord; In de betekenis van ‘nietigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | wissewasje | wissewasjes |
het wissewasje o
- iets van weinig betekenis, kwestie die eenvoudig op te lossen is
- Je kunt niet voor elk wissewasje de dokter bellen.
- (steeltjeszwammen), bepaald soort schimmel Phlebiella tulasnelloidea

- [1] onbenulligheid
- Wordt veelal voorafgegaan door voor elk of om elk.
- Het woord wissewasje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wissewasje" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- [1] wissewasje in het Nederlands Soortenregister N
- [1] wissewasje op Wikidata

- ↑ "wissewasje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig verkleinwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Steeltjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 62 %