wissewasje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·se·was·je
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘nietigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord wissewasje wissewasjes

Zelfstandig naamwoord

wissewasje o dim. tant.

  1. iets van weinig betekenis, wat eenvoudig op te lossen is
    • Je kunt niet voor elk wissewasje de dokter bellen. 
Synoniemen
Opmerkingen
  • Wordt veelal voorafgegaan door voor elk of om elk.
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen