trifle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

trifle
Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·fle
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord trifle trifles
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

trifle m

  1. (voeding) nagerecht met biscuit, alcoholhoudende drank, fruit, room en slagroom.
     Wat Eten We Vandaag: Sinaasappel trifle met blauwe bessen: Trifle is een geliefd dessert. Wij gaan dit keer voor een friszoete trifle met een basis van bosbessenmuffin en laagjes van vanillekwark, blauwe bessen en Griekse yoghurt. Garneer het geheel met sinaasappelpartjes, blauwe bessen en witte chocolade, heerlijk![1]
     Knapperige cookie kruimels vergezeld door romige, luchtige laagjes en een cookie crème. Klinkt goed, toch? Het leuke is dat de trifle geserveerd in glaasjes erg feestelijk en indrukwekkend eruit ziet, maar supersimpel is om te maken. Weinig werk, groots resultaat! Je moet deze romige trifle absoluut een keer hebben geprobeerd.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron “Wat Eten We Vandaag: Sinaasappel trifle met blauwe bessen” (29-11-2020), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron “Wat Eten We Vandaag: Cookies & cream trifle” (10-01-2021), Tubantia