werkzaamheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·zaam·heid
Woordherkomst en -opbouw
1,2,3 enkelvoud meervoud
naamwoord werkzaamheid -
verkleinwoord - -
4 enkelvoud meervoud
naamwoord werkzaamheid werkzaamheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

werkzaamheid v

  1. vlijt, ijver
    • Wat een werkzaamheid heeft die jongen toch... 
  2. (uit)werking.
    • De werkzaamheid van dit medicijn is wetenschappelijk en dubbelblind getest. 
  3. het werkzaam zijn, de functionaliteit
    • De werkzaamheid van die machine is erg goed. 
  4. (wel meervoud) werk
    • Er werden veel werkzaamheden langs de weg uitgevoerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.