wereldoorlog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·oor·log
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldoorlog wereldoorlogen
verkleinwoord wereldoorlogje wereldoorlogjes

Zelfstandig naamwoord

wereldoorlog m

  1. een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
    • Als Kennedy de natie begin jaren zestig ernstig toespreekt over een mogelijke nieuwe wereldoorlog, is er weer paniek.[1] 
     In de vorige eeuw waren er twee wereldoorlogen. Een oorlog heet een wereldoorlog als er heel veel landen aan meedoen. Aan de Eerste Wereldoorlog deed Nederland niet mee. Maar aan de Tweede Wereldoorlog wel.[2]
Opmerkingen

De benaming "wereldoorlog" is enigszins misleidend, omdat het in feite niet gaat om oorlogen waar de hele wereld rechtstreeks bij betrokken is.

Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De geschiedenis van de Derde Wereldoorlog, Historisch Nieuwsblad, 08/2001
  2. Bronlink Weblink bron nieuwsbegrip.nl “75 jaar vrijheid in Nederland” (2-9-2019), CED-groep