wereldvrede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

monument voor de wereldvrede
Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·vre·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldvrede
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wereldvrede v/m [1]

  1. in positieve termen gedefinieerd als een heilzame toestand van rust en harmonie, of in negatieve toestand als afwezigheid van stoornis, twist of strijd over de hele wereld
    • Twee weken geleden sprak Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp over klimaatverandering op het door het ministerie van Buitenlandse Zaken georganiseerde Planetary Security Initiative. Hij werd na afloop geïnterviewd voor het NOS Journaal. Op de NOS-website verscheen ook een berichtje onder de kop: „Generaal Middendorp: klimaatverandering bedreigt wereldvrede.” Voor Salima Belaj (D66) aanleiding om minister Hennis (Defensie, VVD) te vragen „wanneer de Nederlandse defensiedoctrine op dat punt wordt aangepast”. [2] 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Paul Luttikhuis 27 december 2016