weeromstuit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·om·stuit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weeromstuit -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

weeromstuit m

  1. van de ~: een willekeurige of overtrokken reactie
    • Nadat het land forse kritiek kreeg wegens mensenrechtenschendingen, riep het van de weeromstuit zijn ambassadeur terug voor overleg. 
    • We denken dat de samenleving verhardt en verlangen van de weeromstuit terug naar de geborgenheid van de jaren '50. [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Thom de Graaf op D66-congres Arnhem