weerom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·om
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

weerom

  1. nog een keer, opnieuw
    • Hij heeft weerom daarover geklaagd. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: terug
    • weeromkeren: De lente keerde weerom en overal waren er bloemen en fluitende vogels in het frisse groen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen