weerlegging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·leg·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weerlegging weerleggingen
verkleinwoord weerlegginkje weerlegginkjes

Zelfstandig naamwoord

weerlegging v

  1. een betoog waarmee men iets weerlegt
    • Zijn argumenten waren niet erg sterk, want er waren veel weerleggingen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.