walging
Uiterlijk
- wal·ging
- Naamwoord van handeling van walgen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | walging | walgingen |
| verkleinwoord | walginkje | walginkjes |
de walging v
- een sterke weerzin die fysiek gevoeld wordt
- Het feit dat de bankiers na de verwoestende financiële crisis van 2008 niet werden gestraft voor hun frauduleuze praktijken droeg in het Westen nog meer bij tot een walging van de politiek en de financiële elite. [1]
- ▸ Hij onderdrukte zijn walging en probeerde niet meer aan het woord cholera te denken.[2]
- ▸ Ze blijft staan alsof ze zich aan de voet van een graf bevindt, en toch voelt ze niets van de walging die ze heeft gevreesd.[3]
- Het woord walging staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "walging" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.vrt.be (13 mrt 2022)
- ↑ “Kruistocht in spijkerbroek”
(1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be