vreemde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreem·de
Woordherkomst en -opbouw
  • zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord: vreemd
enkelvoud meervoud
naamwoord vreemde vreemden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vreemde

  1. m iemand die niet bekend is, een onbekende
    Er zat een vreemde op zijn plek.
  2. o: (het) vreemde (land) in datief:
    In den vreemde. - in het buitenland.
  3. o: iets dat verbazing opwekt
    Het vreemde is dat hij daar nooit iets van gezegd heeft.
Antoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

vreemde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vreemd

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.