vraagteken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vraag·te·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vraagteken vraagtekens
verkleinwoord vraagtekentje vraagtekentjes

Zelfstandig naamwoord

vraagteken o

  1. (taalkunde) een leesteken (?) dat men aan het eind van een zin plaatst om deze vragend te maken
    • Hij snapte die opdracht niet, dus zette hij er een paar vraagtekens bij. 
  2. twijfels hebben bij
    • Hij zette vraagtekens bij de verklaring van de getuige. 
    • In totaal zijn 25 politici aangeklaagd in Catalonië. De bekendste van deze groep, Carles Puigdemont, liet het Catalaanse Parlement de onafhankelijkheid van Catalonië uitroepen. Zondag is hij in en door Duitsland op Spaans bevel gearresteerd. Juridisch klopt dit misschien wel, maar er zijn vraagtekens. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Trouw Sylvain Ephimenco– 7:09, 29 maart 2018 Ook Rusland is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen