voorzanger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zan·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorzanger voorzangers
verkleinwoord voorzangertje voorzangertjes

Zelfstandig naamwoord

voorzanger m

  1. zanger die bij een optreden iets zingt, waarop een koor hetzelfde zingt of een gezongen antwoord geeft
    • De meeste van deze liederen hadden de bekende call-and-response-zangstructuur: de voorzanger zingt een couplet dat door de anderen herhaald wordt. [2]
  2. (religie) bij kerkdiensten iemand die als eerste of enige zingt, meestal nagevolgd door de gemeente of het koor
    • Hij trad daar overigens ook op als voorzanger, in een van de twee protestantse kerken, misschien wel in allebei. [3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

Meer informatie

Gangbaarheid