voorspelling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·spel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorspelling voorspellingen
verkleinwoord voorspellinkje voorspellinkjes

Zelfstandig naamwoord

voorspelling v

  1. een uitspraak over iets wat in de toekomst zou kunnen gebeuren
    • Zijn voorspelling is toch nog uitgekomen. 
    • Ook kwam hij terug op de favorietenrol die hem vanaf het begin werd toegedicht. ,,Ik heb die voorspellingen nooit beschouwd als waarheden. Het waren voorspellingen, meer niet. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte