voorspelbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·spel·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorspelbaar voorspelbaarder voorspelbaarst
verbogen voorspelbare voorspelbaardere voorspelbaarste
partitief voorspelbaars voorspelbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

voorspelbaar

  1. van tevoren te verwachten
    • Dat was een voorspelbaar resultaat. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.