onvoorspelbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·voor·spel·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onvoorspelbaar onvoorspelbaarder onvoorspelbaarst
verbogen onvoorspelbare onvoorspelbaardere onvoorspelbaarste
partitief onvoorspelbaars onvoorspelbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onvoorspelbaar

  1. waarvan de uitkomst niet bij voorbaat te kennen is
    • Hij vertoont soms de onvoorspelbaarste reacties. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be