vooringenomenheid
Uiterlijk
- voor·in·ge·no·men·heid
- afgeleid van vooringenomen met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vooringenomenheid | vooringenomenheden |
| verkleinwoord | - | - |
de vooringenomenheid v
- een oordeel klaar hebben al voordat men de feiten onder ogen neemt
- Zijn vooringenomenheid leidde ertoe dat hij iemand groot onrecht deed.
- Het woord vooringenomenheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.