vliegenier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vliegener in een F-16
Uitspraak
Woordafbreking
  • vlie·ge·nier
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘piloot’ voor het eerst aangetroffen in 1910 [1]
  • afleiding van vliegen [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegenier vliegeniers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vliegenier m [3]

  1. (beroep) bestuurder van een vliegtuig of luchtschip
    • De Britse piloten van Ryanair hebben ingestemd met loonsverhogingen tot wel 20 procent. Dat is via geheime stemmingen gebeurd en vliegeniers van de prijsvechter kunnen op de loonstrook van deze maand al een hoger bedrag tegemoetzien.[4] 
    • Hansen was voor zijn acteercarrière vliegenier bij de Amerikaanse marine en vocht mee in Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog volgt hij zijn droom en begint hij met acteren. Hij krijgt zijn eerste grote rol in 1950 in de speelfilm Branded met Alan Ladd.[5] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen