vlecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlecht
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gevlochten hoofdhaar, streng’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vlecht vlechten
verkleinwoord vlechtje vlechtjes

Zelfstandig naamwoord

vlecht v/m

  1. een gebonden pluk haar of andere vezels
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vlechten

vlecht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vlechten
  2. gebiedende wijs van vlechten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen