vetzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vet·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vetzak vetzakken
verkleinwoord vetzakje vetzakjes

Zelfstandig naamwoord

vetzak m

  1. een zak met vet
  2. (figuurlijk) (scheldwoord) een dik persoon of dier

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.