verteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verteren
verteerde
verteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

verteren

  1. (ergatief) voedsel afbreken
    Vezels verteren niet.
  2. door vlammen worden vernietigd
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie