verschansen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schan·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van schans met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschansen
verschanste
verschanst
zwak -t volledig

Werkwoord

verschansen

  1. wederkerend, (militair) zich ~: zijn toevlucht zoeken in een versterkte defensieve positie
    • Zij verschansten zich in het fort. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.