verontrusten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ont·rus·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verontrusten
verontrustte
verontrust
zwak -t volledig

Werkwoord

verontrusten

  1. overgankelijk ongerust maken, zorgen baren
    • De resultaten tot nu toe verontrusten hem nog niet. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.