verkleinen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·klei·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van klein met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkleinen
verkleinde
verkleind
zwak -d volledig

Werkwoord

verkleinen

  1. overgankelijk tot minder grote proporties terugbrengen
    • De klassen zouden verkleind moeten worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.