verduren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·du·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verduren
verduurde
verduurd
zwak -d volledig

Werkwoord

verduren

  1. overgankelijk ongemak of lijden verdragen
    • Wat hij in die tijd verduurd heeft is met geen pen te beschrijven. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen