sufrir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·frir

Werkwoord

sufrir

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sufrir
sufría
sufrido
volledig
  1. (onovergankelijk) lijden
  2. (overgankelijk) lijden
  3. dulden, verdragen, toestaan
  4. toestaan
  5. goedvinden
Synoniemen