veldrit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Marianne Vos tijdens een veldrit
Uitspraak
Woordafbreking
  • veld·rit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veldrit veldritten
verkleinwoord veldritje veldritjes

Zelfstandig naamwoord

veldrit m [1]

  1. (wielrennen) een wielertocht of wielerwedstrijd waarbij men over onverharde wegen rijdt
    • Veldrijdster Sophie de Boer heeft zondag een veldrit uit de Superprestigereeks in Ruddervoorde gewonnen. De in Amsterdam woonachtige renster was een klasse apart. Ze had een minuut voorsprong op de Belgische Sanne Cant, die tweede werd. Ellen van Loy, eveneens afkomstig uit België, kwam als derde over de streep.[2] 
    • De Belgische Ellen Van Loy werd derde in de koers om het klassement van de Bpostbanktrofee. Vos had zondag wel de Superprestigecross in Diegem en tweede kerstdag de wereldbekerveldrit in Heusden-Zolder gewonnen. Het was de vierde veldrit dit seizoen voor Vos. In de wereldbekercross in Namen werd ze op 21 december ook tweede achter Nash.[3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen