vederbos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

paarden en ruiter met vederbos
Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·der·bos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vederbos vederbossen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vederbos m [1]

  1. een groep gekleurde veren of pluimen die ter versiering op een hoofddeksel is geplaatst
    • De Ilias is bloederig als een nouvelle-violence-film en vóór alles gericht op de vergane glorie van het gevecht tussen heren van stand. Ondanks ontroerende passages (een kind schrikt van zijn vaders helm met vederbos, een grijsaard smeekt om het lijk van zijn zoon, een oude vrouw spreekt haar zoon verwijtend toe op zijn doodsbed) is het verhaal van Achilles' wrok minder opwindend dan de Odysseia. [2] 
    • Als in de Middeleeuwen een edelman ging duelleren, trok hij een harnas aan, zette een met vederbos versierde helm op, klom op zijn paard dat ook vervaarlijk was uitgedost en reed zijn op dezelfde manier aangeklede vijand tegemoet. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Pieter Steinz 26 januari 2002 Poëzie na het Griekse vuur
  3. NRC H.J.A. Hofland 13 oktober 2011 Zwart op wit