vangarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vang·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vangarm vangarmen
verkleinwoord vangarmpje vangarmpjes

Zelfstandig naamwoord

vangarm m [1]

  1. verlengd flexibel orgaan waarover vele ongewervelde dieren beschikken en waarmee ze hun prooi vangen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen