vaderland

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·der·land
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaderland vaderlanden
verkleinwoord vaderlandje vaderlandjes

Zelfstandig naamwoord

vaderland o

  1. een land of staat waar iemand geboren en opgegroeid is
    • Duitsland is jouw vaderland. 
    • In de eerste plaats was het een 'plicht ten opzichte van het vaderland' (die woorden verrasten Albert, dat had hij haar nog nooit horen zeggen), in de tweede plaats was er niet echt reden om bang te zijn, het was vrijwel een formaliteit. [3] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen