Naar inhoud springen

vaderland

Uit WikiWoordenboek
  • va·der·land
enkelvoud meervoud
naamwoord vaderland vaderlanden
verkleinwoord vaderlandje vaderlandjes

hetvaderlando

  1. een land of staat waar iemand geboren en opgegroeid is
    • Duitsland is jouw vaderland. 
    • In de eerste plaats was het een 'plicht ten opzichte van het vaderland' (die woorden verrasten Albert, dat had hij haar nog nooit horen zeggen), in de tweede plaats was er niet echt reden om bang te zijn, het was vrijwel een formaliteit. [3] 
     De ouders toonden op die manier dat hun zoon waardig was bevonden om het grote vaderland te dienen.[4]
     Daarin zal ik verzoeken de kinderen op te vangen, in de stad onder te brengen en hen, voor zover nodig, volgend voorjaar verder te helpen zodat ze veilig naar hun vaderland kunnen terugkeren.[5]
  2. een land waarvan men zich bewoner voelt; land dat iemand als zijn thuis ervaart
     Het was een klassieker in wording en zelfs oma gaf inmiddels toe dat Zweden haar definitieve vaderland was geworden.[6]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]