urbanisme
Uiterlijk
- ur·ba·nis·me
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | urbanisme | - |
| verkleinwoord | - | - |
het urbanisme o
- (planologie), (techniek) de studie van steden en hun ecologische, economische, culturele, sociale, geografische, en bestuurlijk-politieke invloed op de omgeving
- voorkeur voor het stadsleven
- [1] stedenbouwkunde
- Het woord urbanisme staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "urbanisme" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ urbanisme op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: urbanisme (Lyon) (hulp, bestand)
- IPA: /yʁ.ba.nism/
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| urbanisme | l'urbanisme | urbanismes | les urbanismes |
urbanisme m
- (planologie) (techniek) stedenbouwkunde, urbanisme [1]
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -isme in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Planologie in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 95 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Planologie in het Frans
- Techniek in het Frans